Return to site

Het Roze Huis Antwerpen -

Vorming seksuele en genderdiversiteit

Een vader en zijn zoon raken betrokken bij een zwaar auto-ongeval. De vader is op slag dood, maar zijn zoon wordt zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht.
Daar aangekomen houdt de chirurg halt en roept: “Stop, ik kan deze jongen niet opereren, want dit is mijn zoon!”
Hoe kan dit?

Heteronorm en genderstereotypen

Onderzoek wijst uit dat deze eigenschappen niet echt gendergebonden zijn. Zij zijn eerder overlappend en sterk beïnvloedt door diverse omgevingsfactoren zoals opvoeding, maatschappij, thuiscultuur, genen...

Begrip: geslacht en gender

Geslacht: verwijst naar de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen
verwijst naar cultureel, sociaal bepaalde verschillen op basis van je geslacht

  • lengte
  • spierkracht
  • geslachtsdelen

Gender: verwijst naar cultureel, sociaal bepaalde verschillen op basis van je geslacht

  • kledij
  • studiekeuze
  • gedrag
  • sociale rol

Gendernorm

= regels die gelinkt zijn aan iemands geslacht
• Cultureel bepaald
• Tijdsgebonden

Genderstereotype denken is anno 2016 niet passé:

Seksuele identiteit

Mensen zijn niet in éénduidige hokjes te plaatsen, ook niet op het vlak van sekse of gender. Er zijn bijvoorbeeld enorme verschillen mogelijk in het biologisch geslacht, ingenderidentiteit, in genderexpressies en in seksuele voorkeur. Het is de hoogstpersoonlijke mix van al deze verschillende aspecten die jouw identiteit uniek maakt. We zoomen met de genderkoek wat dieper in op deze concepten.

Het van iemand wordt bepaald bij de geboorte en is enkel en alleen gebaseerd op wat de artsen waarnemen bij de geboorte. Meestal denkt men dat er maar twee opties mogelijk zijn: een mannelijk of vrouwelijk geslacht. Dit is niet juist. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het biologisch geslacht veel meer variaties kent.

Het biologisch geslacht wordt immers niet alleen bepaald door uitwendige geslachtskenmerken (het zogenaamde ‘fenotypisch’ geslacht). Ook het gonadale geslacht (het geslacht op basis van de aanwezige gonaden) is van belang, alsook het genetische geslacht (aanwezigheid van X- en/of Y-chromosomen).

Deze aspecten zijn in verschillende combinaties mogelijk. Deze variaties op de gekende m/v indeling worden benoemd met de term interseksualiteit.

De term ‘genderidentiteit’ verwijst naar het innerlijk gevoel een jongen, een meisje, beide of geen jongen of meisje te zijn. Meestal komt dit overeen met het biologisch geslacht: je wordt geboren met een meisjeslichaam en je voelt je ook meisje/vrouw (en omgekeerd). Je psychologisch geslacht (je genderidentiteit) en je biologisch geslacht (je sekse) vallen dan samen.

Maar het kan ook gebeuren dat deze twee stukken van jezelf min of meer in conflict staan. Dat je geboren bent met een meisjeslichaam maar je geen meisje/vrouw voelt. Of dat je een beetje van de twee bent. Er is veel diversiteit mogelijk in de beleving van jongen of meisje, man of vrouw zijn. Het is belangrijk is om te weten dat dit geen afwijking of ziekte is, maar een normale variatie op het mens-zijn. In onze maatschappij worden echter slechts twee vormen juridisch erkend, en sociaal getolereerd. Dit noemt men ‘een duale gender opvatting’ en staat haaks op het idee van genderdiversiteit.

Genderexpressie verwijst naar de manier dat je je genderbeleving naar buiten brengt: welke rollen neem je op in het dagelijkse leven? Welke kleren draag je? Hoe gedraag je je tegenover anderen? Genderexpressie is wat de buitenwereld van jou te zien krijgt, in tegenstelling tot genderidentiteit die onzichtbaar is en zich innerlijk afspeelt.

Genderexpressie omvat dus alles wat we communiceren naar anderen: kleren, haarstijl, lichaamstaal, manieren, spraak, gedrag … De meeste mensen hebben een vleugje van mannelijke én vrouwelijke kenmerken in hun genderexpressie vervat, en deze expressie kan ook verschillend zijn naargelang de sociale context.

Op het vlak van genderexpressie leren we als kind al vlug wat mag of niet mag, wat passend is voor een jongen en wat thuishoort bij een meisje. Elke maatschappij heeft bepaalde regels over hoe jongens en meisjes moeten zijn. Deze zogenaamde gendernormen gelden voor iedereen. We verwachten dat jongens zich jongensachtig en meisjes zich meisjesachtig voelen én gedragen. Jongens die te meisjesachtig, of meisjes die te jongensachtig zijn, krijgen vaak te maken met opmerkingen van vrienden, leerkrachten of ouders. Deze jongeren wijken af van onze gendernormen of genderstereotypen. En gedrag dat afwijkt, wordt bestraft. Dit noemt men wel eens genderisme: discriminatie op basis van gendernormen.

Het voelen tot andere mensen noemen we seksuele voorkeur of seksuele oriëntatie. Hierin wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen holebi’s en hetero’s, maar er zijn veel meer uitingsvormen van iemands seksuele oriëntatie. Denk maar aan panseksualiteit, aseksualiteit, etc.

Hoe je jezelf benoemt (seksuele identiteit), je verlangen naar iemand (seksueel verlangen of fantasieën) en je seksueel gedrag zijn drie verschillende dimensies van je seksueel voorkeur die niet per definitie samenvallen. Zo kan een man soms seks hebben met andere mannen maar zich toch als hetero benoemen. Een lesbische fantaseert misschien eens graag over seks met mannen, maar geen haar op haar hoofd denkt er aan om dit ook in praktijk te brengen. Zoveel kleuren, zoveel mogelijkheden.

Seksuele voorkeur ≠ genderidentiteit

Seksuele voorkeur en genderidentiteit worden door vele mensen met elkaar verward. Men denkt dan dat alle travesties homo’s zijn, of dat je als transseksueel later zeker hetero bent, want waarom zou je anders je van geslacht veranderen? Zo simpel is het (gelukkig) niet. Seksuele oriëntatie en genderidentiteit zijn verschillende delen van onze persoonlijke identiteit, en ook transgenders kunnen hetero, homo, bi, … zijn.

Sterker nog: het aandeel holebi’s in de transgender groep ligt beduidend hoger dan in de algemene bevolking. Uit een Vlaamse studie bleek dat de eigen seksuele aantrekking werd benoemd als volgt:

Trans mannen:

  • 22.6% aangetrokken tot zowel mannen als vrouwen
  • 72.6% aangetrokken tot vrouwen
  • 4.8% aangetrokken tot mannen

Trans vrouwen:

  • 40.9% aangetrokken tot zowel mannen als vrouwen
  • 33.3% aangetrokken tot mannen
  • 25.8% aangetrokken tot vrouwen

In het algemeen valt het hoge aantal biseksuelen (32%) op. Er zijn tevens opvallend veel lesbische trans vrouwen, en weinig homo trans mannen (Motmans, Meier & T’Sjoen, 2010).

Vragen over seksueel voorkeur

Ook voor transgender personen kan het exploreren van hun genderidentiteit tot vragen over de eigen seksuele voorkeur leiden. We benoemen iemands seksuele voorkeur immers door te verwijzen naar het geslacht van de persoon en diens partner. Wat als dat geslacht of de geslachtsbeleving dan verandert?

Uit onderzoek weten we dat de meeste transgenders NIET veranderen in hun gerichtheid op één of meerdere geslachten (of beter: genders) voor of na hun transitie. Een geboren man die gericht is op vrouwen blijft na de transitie meestal gericht op vrouwen, maar wordt ‘ineens’ een lesbienne voor een buitenstander. Zo zie je maar: labels zijn maar labels.

Trans* als koepelterm

Transgender is een koepelterm voor travestie, transgenderisme en transseksualiteit en alle andere vormen van gendervariantie. Deze term verwijst niet naar een probleem of een stoornis en vermijdt zo stigmatisering en/of medicalisering van de conditie.

Een travestiet is iemand die behoefte heeft tot het dragen van kleren van het andere geslacht. Dit wordt ook wel crossdressing genoemd. Voor transgenderisten is de tweedeling man/vrouw te eng. De mannelijke en vrouwelijke genderidentiteit zijn even sterk aanwezig. Ze willen zich niet definiëren als man of vrouw, maar voelen zich eerder iets tussenin, of soms vrouw en soms man.

Transseksuelen tenslotte voelen zich opgesloten in een fout lichaam: hun geboortegeslacht komt niet overeen met hun genderidentiteit of hoe ze zich vanbinnen voelen. Ze gaan vaak over tot een geslachtsoperatie zodat beide aspecten van hun identiteit wel overeenkomen. Transseksualiteit heeft dus niets met seksualiteit te maken maar alles met het conflict tussen het biologisch geslacht en de genderidentiteit.

Voorkomen trans*

"Elke week verandert er iemand van gender" Metro dagblad 14/04/2016

Aangenomen wordt dat het gekend aantal transpersonen het topje van een ijsberg is. 

Normen

Normen zijn concrete richtlijnen voor het handelen; ze regelen het dagelijks sociale verkeer. Het zijn algemeen aanvaarde gedragsregels. Het zijn opvattingen over hoe men zich wel of niet zou moeten gedragen in concrete omstandigheden. Sommige normen komen in bijna alle samenlevingen voor, zoals "je doodt niet" en "je steelt niet".

Volksgebruiken zijn zwakkere normen, met een geringe dwang en een mindere mate van bestraffing. Zulke gebruiken sturen het dagelijkse handelen, zoals: welke kledij te dragen voor welke gelegenheid, wat waar hoe te eten, de duur van het oogcontact. Hoe een jongen of een meisje zich dient te kleden en te gedragen. Ze zijn vrij tijdsgevoelig, onderhevig aan modes. Indien een gebruik wordt overtreden vormt dit geen maatschappelijk probleem, zolang de dagelijkse interactie daardoor niet grondig wordt verstoord. Afwijking wordt slechts bestraft door informele middelen zoals ridiculisering of gelach.

Normen kunnen positief zijn (geboden) of negatief (verboden). Ze kunnen daarnaast een verschillende reikwijdte hebben: ze kunnen gelden voor iedereen in een bepaalde maatschappij, slechts in bepaalde sociale groepen gangbaar zijn of vrij te kiezen. Verschillen inzake precisie betekent dat normen niet noodzakelijk exacte gedragsvoorschriften zijn, maar gewoon grenzen kunnen stellen aan mogelijke gedragingen. Vaak gaat het over ongeschreven regels. Zo bestaat er geen handleiding die zegt hoe je je in de lift moet gedragen, maar de meeste mensen gedragen zich toch hetzelfde. Ze kijken vooruit, raken elkaar niet aan, praten of lachen niet, lezen de nummers van de verdieping. Ook hebben wij geen geschreven regels die aangeven hoe groot de fysieke afstand (proxemics) moet zijn tussen mensen wanneer zij in gesprek zijn of hoe lang je een gesprekspartner in de ogen kunt kijken zonder dat deze het vervelend vindt. Toch deinzen we terug als een vreemde binnen onze 'persoonlijke afstand' komt en vermijden we het van andere mensen te lang te fixeren. Zo zijn er duizenden sociale spelregels die ons gedrag sturen. Hoe meer overeenstemming er is over een norm, hoe dwingender deze lijkt te zijn.

Normen zijn sterk afhankelijk van iemands religieuze, culturele, sociale en maatschappelijke achtergrond. Iedere cultuur heeft haar eigen normen en waarden. Wat binnen de ene context als volstrekt verwerpelijk wordt beschouwd, kan in een andere context betekenisloos zijn of zelfs positief gewaardeerd worden. Het kan dus voorkomen dat twee verschillende groepen een en hetzelfde feit totaal tegenovergesteld waarderen of "normaal" vinden.

KliQ informeert, vormt, sensibiliseert en begeleidt
• Over
–Seksuele oriëntatie
–Genderdiversiteit
• Aan
–Bedrijven, organisaties, overheden, …

Sam Smit - Coördinator KliQ vzw
E: Sam.smit@kliqvzw.be
M: +32 (0)489 490 375
Kammerstraat 22, B 9000 Gent
http://www.kliqvzw.be

All Posts
×

Almost done…

We just sent you an email. Please click the link in the email to confirm your subscription!

OKSubscriptions powered by Strikingly